koersbescherming

Stop-loss of put? Het eerlijke verschil, uitgelegd met Ahold Delhaize

"Waarom zou ik premie betalen voor een put? Ik zet gewoon een stop-loss, dat kost niets." Het is de meest gestelde vraag, en hij verdient een eerlijk antwoord in plaats van een verkooppraatje. Een stop-loss is een prima instrument, maar het is geen verzekering: hij bepaalt wanneer je order in de markt komt, niet tegen welke prijs die wordt uitgevoerd. Er zijn twee wezenlijke verschillen.

Eerst: wat een stop-loss precies doet

Een stop-lossorder ligt niet in de markt. Zodra de koers je stopniveau raakt, wordt de order geactiveerd en doorgaans als marktorder naar de beurs gestuurd. Die wordt uitgevoerd tegen de eerst beschikbare marktprijzen op dat moment. In een rustige markt ligt dat dicht bij je stopniveau; in een snel dalende of illiquide markt kan de uiteindelijke uitvoeringsprijs daar aanzienlijk onder liggen. Er is geen ondergrens.

Een stop-limitorder is het alternatief: die stuurt na activering een limietorder in. Daarmee bescherm je je minimale verkoopprijs, maar je krijgt geen zekerheid dát er wordt uitgevoerd: zakt de koers door je limiet heen, dan blijf je met je aandelen zitten. Je ruilt prijsonzekerheid dus in voor uitvoeringsonzekerheid.

Het rekenvoorbeeld

  1. Je bezit 100 aandelen Ahold Delhaize op € 31,80 en wilt niet meer dan ± 10% verliezen. Je zet een stop-loss op € 28,60, óf je koopt 1 put € 28 met een looptijd van zes maanden.
  2. Kosten van de put, apart weergegeven: optiepremie € 0,45 × 100 = € 45,00, transactiekosten € 0,75, totale kasuitgave € 45,75.
  3. Scenario A: winstwaarschuwing, opening met een koersgat. Ahold sluit op € 30 en opent de volgende ochtend op € 24. Je stop-loss wordt geactiveerd en als marktorder uitgevoerd tegen de eerst beschikbare koersen: in dit voorbeeld rond € 24, maar het kan ook lager uitvallen. Bij uitvoering op € 24 is je verlies 100 × (24,00 − 31,80) = − € 780.
    Met de put: koersverlies − € 780, putuitkering 100 × (28,00 − 24,00) = + € 400, kosten − € 45,75, samen − € 425,75, afgerond − € 426. Dat is tevens de maximale schade zolang de koers op expiratie onder € 28 ligt.
  4. Scenario B: kort dipje (whipsaw). De koers zakt één dag naar € 28,40 en herstelt binnen een week naar € 32. De stop-loss is geactiveerd en je bent rond € 28,60 verkocht; het herstel maak je niet meer mee. De put keert niets uit, maar je bent nog steeds aandeelhouder en profiteert van het herstel.

Indicatief voorbeeld. Actuele prijzen, spreads en kosten kunnen afwijken.

Naast elkaar

Veeg horizontaal om alle scenario's te bekijken.

Vergelijking op de expiratiedatum van de optie. Bedragen indicatief.
Stop-loss op € 28,60Put € 28 (kasuitgave € 45,75)
Kosten voorafGeen premie; wel eventuele transactiekosten bij uitvoering€ 45,75 premie en kosten
Zekerheid over de prijsNee, marktorder: de uitvoering kan (veel) lager liggenUitoefenprijs € 28 voor de 100 gedekte aandelen, tot expiratie
Opening met een gat eronderUitvoering tegen de eerst beschikbare koersenVerdere daling onder € 28 wordt gecompenseerd
Kort dipje en herstelJe bent verkocht, herstel gemistJe blijft aandeelhouder
Aandeel stijgtGeen effectPremie en kosten kwijt, koerswinst loopt door
LooptijdLoopt tot je hem intrekt of wijzigtWerkt uitsluitend tot en met de expiratiedatum

Resultaat op de expiratiedatum, inclusief de genoemde optiepremie en instapkosten, exclusief dividend, belastingen en eventuele exercise-, assignment- of afwikkelingskosten. De uitvoeringsprijs van een stop-loss staat bovendien niet vooraf vast.

Waar dit voorbeeld van uitgaat, en wat het niet dekt

Wat als het aandeel niet daalt?

Dan heeft de stop-loss je niets gekost en heeft de put premie gekost. Over een rustig halfjaar is de stop-loss dus voordeliger. Het punt is dat je vooraf niet weet welk halfjaar je krijgt: bij een put ken je je maximale schade van tevoren, bij een stop-loss niet. Onze rekentool toont beide alternatieven naast elkaar, inclusief de waarschuwing bij de stop-loss.

Zie beide alternatieven doorgerekend voor jouw positie →